Eens in de zoveel weken klimt onze gastcolumnist en millennial Jorrit van den Born in de pen om zijn ervaringen uit het kantoorleven met jullie te delen. Hierbij neemt hij geen blad voor de mond en worden collega’s meestal niet gespaard. Zijn verwonderingen zijn doordrenkt van het cynisme, maar misschien voor velen herkenbaar? In deze editie beschrijft hij de ‘Kantoorlul’.

Eens in de zoveel weken klimt onze gastcolumnist en millennial Jorrit van den Born in de pen om zijn ervaringen uit het kantoorleven met jullie te delen. Hierbij neemt hij geen blad voor de mond en worden collega’s meestal niet gespaard. Zijn verwonderingen zijn doordrenkt van het cynisme, maar misschien voor velen herkenbaar? In deze editie beschrijft hij de ‘Kantoorlul’.

Het kantoorleven, nog 45 jaar te gaan

De Kantoorlul

Ik werk op projectbasis. Om de zoveel maanden start ik in een nieuwe functie, bij een nieuw bedrijf. Mijn baas denkt altijd dat ik in korte tijd zo snel mogelijk het bedrijf, de afdeling en de functie moet leren kennen. In werkelijkheid leer je vooral het type mensen snel kennen. Ik kan 9 maanden op een project zitten zonder te weten wat er twee bureaus verder precies gebeurt. Ik kan een half jaar de boekhouding van een bedrijf voeren zonder enig idee te hebben hoe het bedrijf aan new business komt. Maar wat ik te allen tijde zal herkennen zijn de type mensen die op mijn nieuwe afdeling rondlopen. En dit doe ik snel, heel snel. Zelf besef ik me steeds meer hoe snel ik dit doe. Het zijn namelijk allemaal vaste patronen. De helft van de lezers denkt nu: ‘Nee meneertje de schrijver, zoals het bij ons bedrijf gaat, heeft u nog nooit meegemaakt’. De andere groep lezers denkt: ‘Stop met eromheen draaien en benoem de types, ik wil kijken of ze ook op mijn kantoor lopen’. Nou vooruit, elk artikel pak ik zo’n markant kantoorfiguur aan. Daar gaan we.

Overal waar ik kom heb je ze. Ik noem ze Kantoorlullen. Net wat te wijde broek, overhemd aan. Bij voorkeur met een ruitje. De Kantoorlul is een blije man. Opgewekt en positief. Hij zou zichzelf waarschijnlijk als ‘aanpakker’ omschrijven. Tevens noemen deze mannen zichzelf ‘lekker nuchter’. Dat is typisch iets wat anderen over je horen te zeggen. Kantoorlullen doen dat gewoon over zichzelf. Heerlijk vinden ze het. Lekker met een kop koffie in de ene hand, en de andere hand nonchalant in de broekzak tergend langzaam naar andermans bureau schuifelen. Stevig doorlopen is er nooit bij. Er is immers tijd zat, het is nog lang geen 5 uur. ‘En hoe is het leven?’, vragen ze dan. Nooit uit interesse. Het is niet dat ze echt willen dat ik ze vertel over mijn schreeuwbuien waarmee ik ’s nachts mijn vriendin en buren wakker hou. Daarnaast is de vraag grammaticaal volledig incorrect. Hoe is het leven? Bedoel je; hoe gaat het met leven? Of; hoe is het om überhaupt te leven? Hoe moet je leven? Mijn hoofd draait overuren als me deze vraag gesteld wordt.

Vaak willen ze gewoon even wat aandacht. Thuis is het saai. In geen tijden hebben ze iets spannends beleefd. Ze zoeken slechts wat aanspraak. En over de saaie dingen die ze doen willen ze dan ongeremd vertellen. Nooit iets terugvragen! Ik interesseer me niet voor de kassière die zaterdagmorgen per ongeluk ‘Goedemiddag’ tegen hem zei. Toch ontwikkelt de Kantoorlul zich ook. Ze zijn niet helemaal gek, zo kleden ze zich alleen. Soms komen ze met een gerichte vraag. ‘En, heb je nog gesport gister?’ Ik heb nog geen zin uitgesproken of ik word alweer onderbroken; ‘Ja ik ga vanavond ook weer. Ik zit nu in een leuk hardloopgroepje en elke woensdag lopen we een flink eind. Ik zag op het weerbericht dat goed kan waaien. Altijd zorgen dat je de terugweg wind mee hebt, anders hou je het niet vol. Mijn buurman Henk van 3A heeft nieuwe schoenen dus die zal wel als de brandweer gaan. Hier kijk, hij stuurde me een foto’. Ik heb exact nul vragen gesteld, ik heb niet eens mijn zin afgemaakt. Toch weet de Kantoorlul het te presteren mij te verdrinken in een waterval van oninteressante details. Zou hij echt het idee hebben dat ik een foto van de nieuwe schoenen van zijn buurman wil zien? Merkwaardig.

Elk kantoor heeft ze. Het kantoor en de bijbehorende Kantoorlul zijn zo onafscheidelijk als Maarten van der Weijde en zijn angst om onbekende Nederlander te zijn. Als er ooit een Maarten van der Weijde-museum komt, gaat Maarten van der Weijde de rondleidingen geven. Dit terzijde. De Kantoorlul doet graag mee. Waaraan maakt niet uit. Is er een gesprek over voetbal? De Kantoorlul lult mee. Dat hij er geen verstand van heeft, of überhaupt niet naar gekeken heeft maakt hem niet uit. Hij komt wel ergens op. ‘Poe ja Feyenoord, en dan denk ik man, man. Ik denk altijd je moet gewoon scherp beginnen. Stroop de mouwen op. Ik bedoel als je voor Feyenoord speelt moet je trots zijn om het shirt te dragen’. Hou je mond gewoon. Je voegt niks toe aan dit gesprek. Zeg gewoon dat je het niet gezien hebt. En stop met glimlachen. Je hoofd irriteert mij. Dat is wat jouw gedrag met mij doet. Ik kan nauwelijks meer naar je kijken. Lul, dat ben je. Echt zo’n enorme Kantoorlul.